Home
 

 Copywriter Heleen van der Putt

 Werk

 Spielerei

 Contact

 Winst

logo tekstbureau Copycut

 


Copycut / Heleen van der Putt
Pieter Aertszstraat 59hs
1073 SK Amsterdam

+31 (0)6 412 462 73

heleenvanderputt@copycut.nl

 

Mijn project

Werd eind vorige week gebeld door iemand van het Rode Kruis. Kennelijk was Alie, mijn Rode Kruis maatje, al een jaar lang mijn vriendin. Men wilde van mij een eindevaluatie van de relatie, want ik moest er mee ophouden, het jaar was immers verstreken.

Alie is 82 jaar, mankeert van alles, van hart tot suiker en heeft gelukkig tegelijk een optimistische levenshouding. We hebben het dan ook gezellig samen. Ik pik haar zo nu en dan op, dan rijden we naar de pannenkoekenboerderij in het Amsterdamse Bos bijvoorbeeld. Naar Alie’s favoriete Indonesisch restaurant in de Rijnstraat, of de lunchroom in dezelfde straat. Daar is ze dan al heel lang niet geweest, omdat dat natuurlijk in je eentje helemaal niet gezellig is en vervoer ook wel makkelijk. In de zomer waren we de hele middag in Artis, ik duwde haar rond in een rolstoel (best zwaar, Alie is toch goed voor zo’n 125 kilo, het was bloedheet en eigenlijk heb ik een spuughekel aan dierentuinen). Alie bleef maar herhalen dat ze genoten had, haar jaarabonnement had al twee jaar ongebruikt in de la gelegen.

Maar van het Rode Kruis mochten Alie en ik niet meer met elkaar omgaan. Ik bedankte de mevrouw heel hartelijk voor het destijds aan elkaar linken van ons twee, en vertelde dat Alie mijn vriendin blijft, gewoon totdat ze er niet meer is.

Lesje in eenzaamheid


Ook meldde ik niet meer gediend te zijn van de terugkerende oproepen tot deelname aan het tweede deel van de verplichte cursus Omgaan met Eenzaamheid. Had het eerste deel gevolgd dat werd gegeven door een, jawel en natuurlijk, coach. Die ons maatjes, vooral drukbezette professionals, in onze schaarse vrije tijd en tegen ongetwijfeld een toptarief, wel even zou vertellen wat eenzaamheid is. De symptomen, hoe je ermee omgaat en meer van dat soort dingen. Zelf denk ik, heel simpel: als iemand eenzaam is, dan doe je daar gewoon iets aan, en geef je die persoon aandacht. Oprechte aandacht dus, interesse tonen en attent zijn, dat soort dingen. Waarschijnlijk ook de  drijfveer van de andere maatjes die zich gemeld hadden bij het Rode Kruis. Dus had ik al direct na de eerste cursusavond bij de communicatieadviseur aangegeven dat ik niet gediend was van deze verplichte verspilling van mijn vrije tijd, het geld van de dure coach beter besteed zou kunnen worden aan een lekkere pannenkoek voor mensen als Alie en dat mijn verstandelijke vermogens iets te groot zijn voor het groepsgewijs op flip-overs noteren van alle aspecten van eenzaamheid, in uiteenlopende situaties als eten, wonen en vrije tijd (met de vraag na afloop: hoe VONDEN jullie het om DIT te doen?).

Niet poetsen maar lullen


Ach het is Nederland. Wat is dat toch met dit soort uit de hand gelopen praktijken? Die, vreemd genoeg, toch vooral ons Nederlanders lijken te hebben besmet. Waar is die nuchterheid toch gebleven potverdorie?? Kom die zelf meer tegen in landen als België, Frankrijk of Engeland, misschien zelfs in de hele rest van Europa. Waar mensen meer hun eigenheid en tradities lijken te hebben gekoesterd en ze niet hebben uitgeleverd aan bijvoorbeeld de verleidingen van het gouden kalf en het eten uit diepe overheidsruiven. Van projectmanagers en zwetsende managers in zorg en onderwijs tot kunstbobo’s en soms wel erg ruimhartig toegekende subsidies: degenen die over het geld gaan dat die kant oprolt lijken wel in een permanente staat van bedwelming te verkeren. Met dank aan een dikke dosis jargon en wazige vaagtaal. En dus kan het zomaar dat de poetsers- wij nuchteren- al een paar decennia met harde hand worden geregeerd door het leger van de lullers.

Polderbaby?


Overigens doet dit  verhaal me denken aan de mensen die hun functie optuigen met de voorvoeging ‘project’. Gevolgd door ‘manager’, ‘leider’, ‘begeleider’, ‘medewerker’ en vul zo maar verder in. Ik ben dan altijd meteen héél sceptisch. Want, laten we eerlijk zijn, als je iets hebt bedacht en je bent ook nog gewoon goed in je werk, dan betekent dat toch ook doorgaans dat je genoeg hersens hebt om het project te begeleiden, te managen etc.? Bovendien valt het allemaal best wel mee, weet ik uit ervaring, met die telefoontjes en meer van dat soort dingen. Kwestie van ‘snel schakelen’ en zo. Maar ja dat kunnen de meeste mensen toch wel die nadenken? Of ben ik nu dom? Ach van mij mogen regeltypes best wat van me uit handen nemen hoor. Kwestie van efficiënte werkverdeling gezien het verschil in uurtarief en zo. Maar maak het alsjeblieft niet groter dan het is allemaal. En noem bijvoorbeeld een telefoniste gewoon een telefoniste, dan weet iedereen meteen wat je bedoelt.

Goh, ik heb geloof ik de begindagen van de projectmensen nog meegemaakt, realiseer  ik me nu opeens. Het moet ergens rond 1998 zijn geweest. Ik werkte als jurist in de audiovisuele sector voor een vakbond. Het rommelde intern nogal, om het zacht uit te drukken, en er gebeurden daar werkelijk de gekste dingen.  (Zo werd het hele personeel eens getrakteerd op een etentje bij het Okura, ergens in 1996, omdat een collega  een aantal jaren in dienst was. We kregen van tevoren het menu gemaild, de prijzen van de couverts lagen rond de 130 gulden, zonder drank. Natuurlijk op kosten van, jawel, de leden. Vanzelfsprekend heb ik me onthouden van deelname. Daar begreep men helemaal niets van).

Enfin, er liep al een tijdje een best aardige meid rond met wie ik het ook best goed kon vinden maar van wie ik volstrekt niet begreep wat de inhoud van haar functie was. Dat ze interimmer was en projectmedewerker dat wist ik wel, alleen snapte ik niet zo goed wat met name dat laatste nu inhield. Als simpele jurist probeerde ik gewoon dagelijks zoveel mogelijk van mijn stapel dossiers weg te werken, en mensen die ontslagen waren of anderszins in de problemen zaten zo goed mogelijk te helpen. Ik vroeg het dus, direct en op de man af, bij de koffieautomaat waar onze projectmedewerker opvallend vaak rondhing.

Maar wat bleek? Deze toch aardig opgeleide meid, volgens mij was ze socioloog, moest me het antwoord schuldig blijven. Echt. Mijn vraag was: wat doe jij hier nu eigenlijk al die maanden, als projectmedewerker? Waarop zij, heel eerlijk het moet gezegd, kwam met: dat weet ik ook niet, maar wat ik wel weet is dat in deze organisatie een project niet mogelijk is.

Heb eigenlijk nog maar heel zelden terug gedacht aan dit bizarre voorval, maar bedenk me nu, zo’n 14 jaar later, dat ik aan de wieg heb gestaan van het veelkoppige gedrocht dat Nederland heeft gebaard, dat we helaas niet hadden laten weghalen maar waarvan we misschien, met vereende krachten en een flinke portie nuchterheid en gezond verstand, alsnog kunnen afkomen.

Slok op een borrel

Laatst had ik Alie even aan de lijn. Ik stelde een uitje voor naar het Glasmuseum in Leerdam in verband met een interessante expo. Helaas, Aal heeft veel last van incontinentie de laatste tijd, dus zo’n ritje dat redden we niet. Nu gaan we een bezoekje brengen aan een Amsterdams museum waar ook iets is wat haar erg interesseert. En passant vertelde Alie dat haar obstipatieproblemen de wereld uit zijn. Had haar, als ervaringsdeskundige, geadviseerd om de dag te beginnen met een paar koppen koffie met melk en een banaan. En om verder de hele dag door sloten water te drinken.
Opgelost! Dat scheelt weer een reeks bezoeken aan de diëtist, met andere woorden: een slok op een borrel.

 

Terug naar Spielerei